Sinharaja Nationalpark

25 februari 2010

Ook deze morgen moesten we ons warme bedje voor dag en dauw al verlaten om gas te geven richting Sinharaja Nationalpark. Het nationale park is het laatste plekje “echt” regenwoud op het eiland. Het park is bekend geworden door de vele fraaie vogels en vlinders, maar ook orchideeën. De tocht erheen duurde meer dan 8 uur omdat we bij 2–3 mooie watervallen en tempels stopten. Om precies te zijn, is het eigenlijk slechts 150 kilometer van de Horton Plains tot aan het junglepark, maar bij een dergelijke toestand van de wegen en het lokale verkeer heb je minimaal 5 uur echte rijtijd nodig.

Bij de eerste waterval waar we stopten, kroop Chris bij de waterval ongeveer 3 meter omhoog en moest bovenaan helaas vaststellen, dat de rotsen zo glibberig waren, dat zelfs merkloopschoenen hier niet hielpen: hij viel linea recta in de wat modderachtige en verontreinigde poel. Geluk bij een ongeluk - hij raakte niet ernstig gewond en hield er alleen stinkende kleren en een nieuwe mossoort aan over. Na het korte onvrijwillige bad in de modderpoel reden we naar de eerste aan de weg gelegen bergbeek, die dit keer een heel stuk schoner was en in het heldere water ontdekten we enkele krabben. Rond de poel vlogen veel mooie libellen en andere insecten. De stenen waren begroeid met mos en we waren dus bijna 2 uur aan het fotograferen, filmen en verzamelen. Stefan kon in totaal 4 mooie, veelbelovende mossen verzamelen, waaronder een zeer grootbladig levermos en mogelijk een Taxiphyllum-soort. Dat is genieten geblazen voor een Plantahunter.

De volgende stop was ook een kleine beek langs een berghelling, die we op garnalen onderzochten. Aan de inheemse bevolking, die zich om ons heen had en gespannen keek naar wat wij uitvoerden, vertelden we, dat we naar kleine garnalen zochten. Dat veroorzaakte natuurlijk de nodige hilariteit, omdat Chris met sokken en schoenen in het water stond en elk blad in de beek bekeek. Een van de mannen die erbij stonden, zei, dat die in de volgende beek zaten, die slechts enkele meters verderop was. Wij sprongen dus in zijn ‘threeweeler‘ (een kleine overdekte motorfiets met brede zitbank) en reden richting garnalenbeek, die echter niet enkele meters maar bijna 2 kilometer verderop lag. Daar aangekomen liet de vriendelijke Tamil ons "zijn garnalen” zien, die er echter eerder als vissen uitzagen. Je moet dan weten, dat de eilandbewoners bijna altijd “yes, yes” zeggen en vriendelijk glimlachen, alhoewel ze er weinig tot niets van begrijpen. Wij toonden ons, alhoewel we enigszins teleurgesteld waren, dankbaar en betaalden de goede man voor zijn hulp.

Het idyllisch gelegen hotel, dat we tevoren geboekt hadden, was aan de buitenkant niet als zodanig herkenbaar. Door een Aziatische stadsarchitect om de grote rots gebouwd, is het op zich al iets bijzonders. Wij vroegen ons alleen bij het romantische diner af, waarom wij met uitzondering van een Tsjechisch paar alleen in dit ongelofelijk mooie en originele hotel waren. De reden ervoor vernamen we de volgende ochtend bij het betalen bij de receptie.

Life is beautiful

Chris and Stefan

...