In het hoogland van de West-Ghats

Na een korte nacht in het hoogland van de West-Ghats reden we naar de eerste habitat op een hoogte van 1500 m te midden van de theeplantages. We waren blij verbaasd toen we Eriocaulon-pollen met een formaat van 60 cm vonden. Maar deze soort is niet geschikt voor het aquarium – hoewel hij er wel goed uitziet. In een modderige ondergrond ontdekten we echter snel kleinere soorten van dit geslacht. Een mini-Hydrocotyle-soort en enkele Acorus-planten vormden hier samen met de Eriocaulon een plantengemeenschap. Waterbestendige schoenen zijn hier zeker aan te bevelen, soms zakten we tot onze knieën in de donkerbruine modder weg – een fraai contrast met de bleke benen van de Dennerle jongens.

Op deze hoogte is het in de ochtenduren relatief koel maar wel lekker fris vergeleken met het warme en vochtige kustgebied. De rit met vele zijn bochten ging verder naar een kleine waterval met veel mossen en een aantrekkelijke minivaren. Deze schijnt wel onder water te kunnen groeien. We zullen dat in elk geval in het aquarium thuis testen! Na een urenlange tocht over kronkelige wegen

bereikten we op de vlakte een kleinere rivier met allerlei bekende aquariumplanten, en ook de nieuw beschreven Lagenandra toxicaria. Deze vormt imposante bladeren boven en onder water – duidelijk een goede soort! Eleocharis, Cryptocoryne spiralis, Ceratopteris en Limnophila aquatica vormen een prachtig contrast in dit decor. Een ander botanisch hoogtepunt was een rood iets op de bodemgrond. Op het eerste gezicht zag het eruit als een algensoort, maar deze rode schoonheid ontpopte zich als een plant uit de familie van de Podostemaceae. Door de extreme aanpassing aan snelstromend water kunnen deze planten helaas niet in een aquarium gehouden worden.

Tevreden en moe gingen we na heerlijk Indiaas fingerfood en 2 biertjes naar bed.