Welke dieren?

Garnalen

De geliefde zoetwatergarnalen behoren tot de tienpotigen kreeften (decapoden). Ook de kreeften en krabben in zoet en zout water behoren hiertoe. Veel garnalensoorten zijn excellente algenverdelgers en ze kunnen menig aquarium permanent van deze plaag bevrijden. Juist deze eigenschap ligt aan de basis van hun roem. De beroemde Japanse aquariumfotograaf Takashi Amano zette Caridina multidentata (voorheen japonica) altijd in grotere aantallen in zijn beroemde aquariumlandschappen in.

Het houden in een aquarium

Deze kleine, beweeglijke, ongewervelde dieren zijn behoorlijk sterke dieren die zich, als ze onder goede omstandigheden worden gehouden, prachtig ontwikkelen en de nano-aquariaan veel plezier bezorgen. De lengte van de volwassen dieren bedraagt gemiddeld circa
3 cm.De meeste garnalensoorten kennen ten aanzien van de waterwaarden een relatief grote tolerantie. Een goede zuurstofvoorziening is bijzonder belangrijk. Indien de zuurstofvoorziening te gering is, worden de dieren ziekelijk.

Veel soorten functioneren goed op een kamertemperatuur van 20-22 °C. Tropische soorten hebben het graag iets warmer, soms tot 28 °C. Dan is een extra verwarming noodzakelijk, bijvoorbeeld met de nano-regelverwarming. Als het water te koud is, worden de garnalen passief.

Voldoende schuilmogelijkheden zoals dicht beplante, schaduwrijke delen, gebladerte en vooral grotten om zich in te verstoppen, zijn van groot belang voor het welzijn van de dieren.Garnalen zijn in groepen levende dieren. Veel populaire garnalensoorten planten zich regelmatig in het aquarium voort, bijvoorbeeld de vertegenwoordigers van de aantrekkelijke bijengarnalenfamilie Caridina cf. cantonensis, op de eerste plaats de bekendste soort "Crystal Red". Daarom adviseren wij een klein eerste bestand van 5 dieren/10 l water.

Bij enkele soorten groeien de larven op in zee. Ze hebben voor hun ontwikkeling zout water nodig. Het kweken in een aquarium is duidelijk moeilijker en deels onmogelijk. Het bekendste voorbeeld: de "Amano-garnaal", Caridina multidentata.

Voeding

Garnalen zijn doorgaans alleseters met het accent op plantaardige voeding.  Hun natuurlijke menu bevat naast algen ook dierlijk plankton, detritus (afgestorven plantenresten, rottende bladeren enz.) en zelfs aas.
In een aquarium zijn deze natuurlijke voedingsbronnen meestal niet in voldoende mate aanwezig. Als voedingsbasis dient hier een hoogwaardig garnalenvoeder, zoals Dennerle CrustaGran.

Ter afwisseling en als aanvullende voeding moeten regelmatig verschillende soorten vriesvoer (muggenlarven, artemia), Dennerle bladalgvoer, verse groente (spinazie, courgette), Dennerle Catappa Leaves of kruiden (brandnetel) worden bijgevoerd.

Verschaling

Zoals alle schaaldieren groeien ook garnalen een leven lang. Met regelmatige tussenpozen moeten ze zich daarom van hun oude, te klein geworden schaal bevrijden en een nieuwe schaal vormen - ze verschalen. Omdat hun lichaam tijdens de verschaling erg zacht en derhalve uiterst kwetsbaar is, trekken ze zich in een beschermende schuilplaats terug. Na enkele dagen is de nieuwe schaal uitgehard en hervat de garnaal zijn gewone leventje.

 

De populairste soorten
Kristalrode bijengarnalen, Caridina cf. cantonensis "Crystal Red"

De "Crystal Red" wordt als ongekroonde koning der dwerggarnalen beschouwd en is met zijn felrode kleurenkleed een opvallende en aantrekkelijk gekleurde blikvanger in elk nano-aquarium.

 
Tijgergarnaal, Caridina cf. cantonensis "Tijger''

Tot de populairste vertegenwoordigers van deze zeer bonte groep garnalen behoren ook de "blauwe tijgers". De bijzondere blauwe kleuring maakt een uitermate bizarre indruk.

 
Hommelgarnaal, Caridina cf. breviata "Hommel"

De hommelgarnaal kan gemakkelijk voor de bijengarnaal worden aangezien, maar heeft geen oranjegekleurde delen. Een zeer sociale garnalensoort.

 
Witteparelgarnaal, Neocaridina cf. zhangjiajiensis "White-Pearl"

De sneeuwwitte eieren van deze transparante garnalensoort zien eruit als pareltjes.
Terwijl het kroost zich in de buikzak ontwikkelt, wordt in de buurt van de nek (eivlek) de volgende generatie al voorbereid.

 
Red Fire, Red Cherry (vuurgarnaal), Neocaridina heteropoda "Red"

In tegenstelling tot de hierboven genoemde kristalrode bijengarnaal, ontbreekt bij de Red Fire garnaal het witte gedeelte. De intensief rode kleuring van deze zich snel vermeerderende dieren kan door carotinoïderijke voeding worden versterkt.

Alle bovengenoemde garnalensoorten stellen ongeveer dezelfde eisen aan hun omgeving:

temperatuur: 18-26 °C, optimaal 20-23 °C
pH: 6,5-8
KH: 3-12 °d
aquariuminhoud: minimaal 10 l

 

Caridina dennerli
Kardinaalsgarnaal

Hij wordt beschouwd als een van de mooiste, tegenwoordig bekende zoetwatergarnalen van het geslacht Caridina. De kardinaalsgarnaal werd nog maar kortgeleden ontdekt. Het dier leeft in het Matanomeer van het Indonesische eiland Sulawesi. Als rotsbewoner heeft deze garnaal zich in het leven tussen en onder stenen gespecialiseerd.
Het meer heeft een hoge waterkwaliteit, is helder en arm aan voedingsstoffen. De waterwaarden zijn nauwelijks onderhevig aan schommelingen.

Omstandigheden waaronder ze gehouden kunnen worden:
temperatuur: 27-29 °C
pH: 7,4-8
KH: 7-9 °d
aquariuminhoud: minimaal 10 l

Beginnen met garnalen

Garnalen reageren zeer gevoelig op sterke of snelle veranderingen van de waterwaarden. Daarom adviseert Dennerle om als volgt te werk te gaan om de dieren op rustige wijze aan hun nieuwe omgeving te laten wennen:

  • De garnalen met het water uit het transportzakje in een grote, schone emmer overzetten. Let op: sommige soorten garnalen springen graag - dek de emmer voor de zekerheid met een handdoek af.
  • Voeg verspreid over ca. 2 uur om de 10-15 minuten 1/4 liter van het aquariumwater toe of laat het water er met behulp van een luchtslang druppelsgewijs inlopen.
  • De verhouding tussen transport- en aquariumwater moet uiteindelijk ongeveer 1 : 3 zijn.
  • Breng de garnalenn na het acclimatiseren voorzichtig met een netje naar het aquarium over.

Dwergrivierkreeften

Ook kreeften zijn fascinerende aquariumbewoners. Maar de meeste worden behoorlijk groot en hebben een overeenkomstig grote leefruimte nodig. Dwergrivierkreeften van het geslacht Cambarellus zijn optimaal geschikt voor nano-aquariums. Met een grootte van 3-5 cm kunnen ze ook in miniaquariums vanaf 25 l gehouden worden.

Belangrijk: kreeften zijn echte ontsnappingskunstenaars. Zonder water kunnen ze tijdelijk overleven en het zijn uitstekende klimmers. Daarom moet een kreeftenaquarium "uitbraakveilig" worden ingericht.Omdat deze "kleine riddertjes" niet in het aantasten van planten geïnteresseerd zijn, kan het aquarium geheel naar eigen smaak worden beplant.

Dwergrivierkreeften zijn net als dwerggarnalen veeleer tolerant voor wat betreft de waterwaarden.Sterke en kortdurende schommelingen moeten echter worden vermeden

In tegenstelling tot de meeste soorten van deze diergroep, zijn dwergrivierkreeften overdag actief. Zo kan hun boeiende leefwijze goed worden geobserveerd.

Een hoogwaardige, afwisselende voeding en regelmatig Crusta-Fit zorgen voor gezonde, vitale dieren die met hun actieve gedrag veel leven in de nano-waterwereld brengen.

 

 

 

Oranje dwergkreeft
Cambarellus patzcuarensis "orange" (CPO)

De bruinachtige stamvorm van deze kleurrijke kweek is afkomstig uit het hoogland van Mexico. Er wordt beweerd dat de kweker van de oranje gekleurde dieren een Nederlander was die zo de nationale kleur van zijn land heeft vereeuwigd.
 

Omstandigheden waaronder ze gehouden kunnen worden:
temperatuur: 18-24°C
pH: 7-8.5
KH: 6-12 °d
aquariuminhoud: min. 25 l

 

 

 

 

Cajun dwergkreeft
Cambarellus shufeldtii

De Cambarellus shufeldtii is een kleine roodachtig bruin tot grijs gekleurde kreeft met donkere strepen in de lengte of onregelmatig verspreide stippen.
Hij is dan wel onopvallender dan zijn bonte familieleden, maar zeker niet minder interessant.


Omstandigheden waaronder ze gehouden kunnen worden:
temperatuur: 18-24°C
pH: 7-8,5
KH: 6-12 °d
aquariuminhoud: min. 25 l

 

 

 

 

 

 

Slakken

In elk aquarium tref je vroeg of laat zoetwaterslakken aan die zich soms tot ware plaaggeesten ontwikkelen.

Maar de laatste tijd heeft deze ongewenste "bijzaak" zich tot een heel eigen aquariumvariant ontwikkeld. Sommige soorten zijn erg interessante en behulpzame “huisdieren” in onze aquariums.

Populaire soorten
Roofslak, Anentome helena


Anentome helena is een zoetwaterslak die weinig eisen stelt, met een heel bijzondere eigenschap - de slak eet bij voorkeur andere slakken! Een uiterst effectieve en bovendien fraaie bewoner van een aquarium dat door kleine slakken geplaagd wordt.

Zebra-renslak, Vittina coromandeliana


De zebra-renslak varieert sterk als het gaat om de tekening van zijn huis. De slak voedt zich op de eerste plaats met voederresten en algen en laat planten links liggen. Een eigenschap waardoor de slak in een aquarium een graag geziene gast is.

Geweislak, Clithon spec.

Deze bizarre napslak poetst onvermoeibaar inrichtingsvoorwerpen en ruiten. Een aantrekkelijke en vlijtige helper in de nano-wereld.

 Omstandigheden waaronder de meeste soorten gehouden kunnen worden:
  •   temperatuur: 20-26°C
  •   pH: 7-8,5
  •   KH: 8-12 °d
  •   aquariuminhoud: min. 10 l

Fische im Nano Aquarium?

Ja, aber die Richtigen…
…eben Nano-Fische!

Die Frage: „Wie viele Neons kann ich in meinem 20er Cube halten?“ muß meistens und zu Recht mit „Keinen!“ beantwortet werden.
Dennoch hat der anhaltende Trend zu den Wasserwelten im kleinen Format und auch der Wunsch Fische darin zu pflegen zu einer näheren Betrachtung sehr kleiner Fischarten geführt.

Ergebnis einer Kooperation zwischen Dennerle und dem Aquaristikmagazin DATZ ist der "Ratgeber Nano-Fische". Dieser Leitfaden erklärt anschaulich und kompetent, wie eine artgemäße Haltung und Pflege kleiner Fische in Nano-Aquarien erfolgreich sein kann.

Hier geht es zum > Ratgeber Nano-Fische

Die wichtigsten Regeln in der Kurzfassung:

 

 

  • Keine Fischhaltung in Aquarien unter 30 Liter
  • Höchstens 1-2 Arten in entsprechender Anzahl halten
  • Ansprüche der Fischarten beachten!
  • Nur soviel füttern wie sofort gefressen wird
  • Wöchentlicher Teilwasserwechsel von 30 %