Waterkwaliteit

Waterwaarden instellen

Bij de soort passende waterwaarden

Waterhardheid en pH-waarde ("zuurgraad") vormen de belangrijkste omgevingscondities voor vissen. Te hard leidingwater kan met installaties voor omgekeerde osmose van Dennerle worden onthard. De pH-waarde kan door toevoeging van CO2 worden ingesteld. Bij te zacht water kan de waterhardheid (totale en carbonaathardheid) gericht worden verhoogd met Dennerle GH/KH+ en KH+.

Een waterwaarde van bijzondere betekenis

De carbonaathardheid vormt het alles bepalende buffersysteem in het aquarium. Zij voorkomt te grote schommelingen in de pH-waarde, waarop de vissen en planten gevoelig reageren. Veel populaire aquariumvissen hebben een hogere carbonaathardheid nodig dan de waarde die leidingwater biedt. De carbonaathardheid in het aquariumwater kan ook door verschillende processen worden verlaagd (biogene ontkalking, nitrificatie).
Daarom moet de carbonaathardheid regelmatig worden gecontroleerd en op de voor de gehouden vissen passende waarde worden ingesteld.

Profi-tips:

  • De carbonaathardheid moet idealiter 50 – 80 % van de totale hardheid bedragen, bijvoorbeeld GH 10 °d, KH 5 - 8 °d.
  • De totale hardheid kan snel en gemakkelijk worden ingesteld met Dennerle GH/KH+.
  • Voor het aanvullen van sporenelementen bij osmosewater en voor vissenaquariums adviseren wij Dennerle Elements+.
  • Voor beplante aquariums adviseren wij het toevoegen van sporenelementen met S7 VitaMix binnen het kader van het bemestingssysteem van Dennerle.
Water testen

Aquariums die volgens het Dennerle-systeem zijn ingericht, veroorzaken vrijwel nooit problemen. Toch is het regelmatig controleren van de kritische waarden van het aquariumwater heel belangrijk, want het verschaft zekerheid.
Met de Dennerle-dompeltests kunnen de waarden binnen enkele minuten probleemloos worden gemeten.

De ideale waarden voor aquariumwater (gezelschapsaquariums met zoet water):

carbonaathardheid 1-4°d
totale hardheid 4-7°d
pH-waarde 6,4 –6,9
CO2-gehalte 20-35 mg/l
O2-gehalte, 's ochtends 3-5 mg/l
O2-gehalte, 's avonds 5-8 mg/l


Wanneer moet wat worden gemeten?

Bij de volgende veranderingen in het aquarium:

  • Bij het verversen van water:
  • als er nieuw water aan het aquarium wordt toegevoegd, bijv. osmosewater: KH, GH, pH, CO2, O2, nitraat.
  • Bij het vervangen van oude lampen door nieuwe:
  • pH, CO2, O2 ca. 4 weken lang, in het begin dagelijks, later elke 2-4 dagen meten en de CO2-toevoeging aanpassen.
  • Bij het plaatsen van nieuwe vissen:
  • voor het plaatsen en in de eerste dagen met name pH-waarde, O2, nitriet, nitraat.
  • Bij opnieuw inrichten en grotere verandering van de inrichting:
  • pH, CO2, O2, ammonium/ammoniak, nitriet, nitraat ca. 4 weken lang, in het begin dagelijks, later elke 2-4 dagen meten en de CO2-toevoeging aanpassen.
  • Bij opvallend gedrag van de vissen, bijv. wanneer vissen naar lucht happen of "heen en weer schieten": pH, O2, ammonium/ammoniak, nitriet, nitraat